Bestanden voorbereiden voor het afdrukken

De volgende handleiding bevat instructies en bestandseigenschappen om je afbeeldingsbestanden voor te bereiden voor het afdrukken.


JPEG-bestanden van hoge kwaliteit zijn ideaal voor fotoservices en zorgen voor een optimale afdrukkwaliteit. Wanneer je bestanden worden opgeslagen met een hoge kwaliteit, is JPEG-compressie haast te vergelijken met TIFF-bestanden.

Bij het exporteren van je uiteindelijke afbeelding voor afdrukken, raden we aan om Photoshop-compressieniveau 10 te gebruiken (11 & 12 bieden nauwelijks kwaliteitsvoordeel en laten enkel de bestandsgrootte exponentieel toenemen), met een kwaliteitsinstelling tussen 93 en 100 bij een export vanuit Lightroom. Afbeeldingen moeten worden bewerkt in RAW-, TIFF- of PSD-formaat en enkel geëxporteerd worden als JPEG-bestand wanneer ze klaar zijn om af te drukken.
Beelden moeten ideaal gerangschikt worden volgens de gewenste afdrukafmetingen bij 300ppi (pixels per inch) en opgeslagen met Photoshop Level 10, met JPEG als Baseline (Standard). Lagere resoluties kunnen echter nog steeds zorgen voor een afdruk van hoge kwaliteit*. high quality print*.

*Image Resampling/Interpolatie (pixels toevoegen) zorgt niet noodzakelijk voor een betere afdrukkwaliteit.
Beelden worden opgeslagen als 8-bit JPEG en gebruiken of sRGB-, Adobe RGB- of Pro Photo RGB-kleurruimtes.
Let op bij het benoemen van uw bestanden om eventuele compatibiliteitsproblemen te voorkomen bij het afdrukken.

Toegestane Karakters

Gelieve geen gebruik maken van de bovenstaande letters in bestandsnamen

Volgende ongeldige karakters moeten worden vermeden.
! < > * ~ # % & + , : ; ‘ “ { } [ ]

Bestandsnamen beperken tot alfanumerieke tekens is een goede gewoonte, terwijl het gebruik van een underscore (laag streepje) als separator perfect aanvaardbaar is.

Rachel_Mark_001.jpg is een voorbeeld van een geschikte bestandsnaam.


Karakterlengte

Zorg ervoor dat bestandsnamen niet meer dan 30 tekens bevatten. Bestandssequencing
File Sequencing

Wanneer de volgorde van de afgedrukte afbeeldingen belangrijk is, moet u uw bestanden ook consistent nummeren.

De bestandsnamen in kolom A in de tabel hiernaast, staan in de verkeerde volgorde daar de meeste computersystemen beurtelings karakters herkennen (van links naar rechts) bij het sorteren. Dit betekent dat IMG_10 volgt op IMG_1 daar ze beide een ""1"" na de prefix bevatten en file IMG_2 pas verschijnt na het sorteren van IMG_19.

Met een systeem vergelijkbaar met kolom B zullen de bestanden in de juiste volgorde worden gesorteerd. Nullen vullen het numerieke deel van de bestandsnaam aan, voor een gelijk aantal karakters over alle bestanden. Gratis programma's zoals CKRename kunnen eenvoudig bestanden nummeren.
Kolom A (vermijden) Kolom (correct)
IMG_1 IMG_001
IMG_10 IMG_002
IMG_11 IMG_003
IMG_12 IMG_004
IMG_13 IMG_005
IMG_14 IMG_006
IMG_15 IMG_007
IMG_16 IMG_008
IMG_17 IMG_009
IMG_18 IMG_010
IMG_19 IMG_011
IMG_2 IMG_012
IMG_20 IMG_013
IMG_21 IMG_014
IMG_3 IMG_015
IMG_4 IMG_016
IMG_5 IMG_017
IMG_6 IMG_018